Volg ons

FacebookPinterest

Twitter

"En hoe ging het verder? De prins trouwde met assepoester. Algauw kregen ze ruzie. Je hebt me voor mijn geld getrouwd, zei de prins. En jij hebt mij alleen voor m'n uiterlijk gewild, riep Assepoester. Maar jouw uiterlijk zal verleppen, en mijn fortuin zal nog aangroeien, dat is dus geen eerlijke overeenkomst, bleef de prins ruziën. Onzin, zei assepoester, en liep gewoon het huis uit."

En toen ?

En toen ? En toen ? We vroegen het als kinderen als het voorlezen van het verhaaltje niet rap genoeg vooruitging. We vroegen het ook na die vreselijk onbevredigende slotzin "en ze leefden nog lang en gelukkig". De volwassenen werden er wat ongemakkelijk van. Waarom zouden zij er zelf nog een toekomstblik aan moeten toevoegen, als de illustere auteurs vonden dat het hier welletjes was. Hoezo 'en toen', het vertelselke was uit, want er stond ook nog EINDE onder. Punt gedaan. In een kindergeest is dat zeer onlogisch. Hoe kun je nu zo'n open doel creëren door te zeggen "ze leefden nog lang en gelukkig", en dan niet nieuwsgierig zijn naar hoe, en waar, en hoe lang en wat er met de overige personages gebeurt. Na zo'n avontuurlijk verleden en heden, hoe kon het sprookje in vredesnaam de zaak beslechten met geen enkele opening naar meer spannends? Ook iets van onvrede misschien met het de wel erg traditionele toekomst die een 'lang en gelukkig' impliciet liet verstaan. De vraag 'en toen?' stellen was een vorm van subversie en voorzekers voorbode van een toekomst als feministe.

En hoe gaat het verder ... het is het verlangen om in de toekomst te kunnen kijken, maar meer nog een uitdrukking van onze ontevredenheid met eindigheid en het niet kunnen beïnvloeden van zelfde toekomst. De wereld van sprookjes zijn we intussen ontgroeit. Ons eigen verhaal schrijven we zelf, onze toekomst moeten we niet voorspellen maar haar zelf proberen vorm te geven.
De toekomst is aan de vrouwen.
Sterkte allebei!