Volg ons

FacebookPinterest

Twitter

We  houden van lijstjes. Ze geven een overzicht. Of een rangschikking. Of een top-zoveel. Met andere woorden: het gaat ofwel over orde of over oordeel.

Best geklede filmsterren-lijst, best verkochte thrillers, meest bekeken televisieprogramma, dat is oordeel. Nooit het laatste oordeel, want er komt altijd weer een nieuwe lijst. Wel een oordeel waaraan we onze eigen mening meten. Ha, de rest van de wereld deelt mijn mening! Bevestiging! Of waardoor we onze eigen mening, bij gebrek aan een eigen, laten beïnvloeden.

De Humo's pop-poll is een verzameling lijstjes, waar de 'pop' inmiddels het minst belangrijke deel van ging uitmaken. Politicus of lul van het jaar zijn twee verschillende Humo-lijstjes, toch kan dezelfde persoon op kop staan. Maar we weten allemaal welk lijstje "ons Maggie" haalde! Dit soort lijstjes, uiteindelijk zijn ze voorbodes van verkiezingslijsten...
Boodschappenlijstjes zijn de andere soort. Orde dus, vooruitdenken, timeplanning, keuzes maken. Boodschappenlijstjes zijn de postbakoefening van het echte leven, van het bedrijfje dat je huishouden is. Of je nou een (groot)moeder van vijf kinderen bent of een van vergadering naar vergadering hollende alleenstaande.

Mijn eerste oog-in-oog contact met de middeleeuwen dateert van een schoolreisje naar Spontin.   Een dik en rond kasteel zoals in de film, en zoals in Fabian Van Fallada, een jeugdreeks toen op de televisie. Ophaalbrug met kettingen, armdikke muren, koude zalen met weinig licht, schietgaten. En, wat het meest tot de verbeelding sprak van onze klas: ridderzwaarden, goedendaggen en maliënkolders, metalen gebreide onderlijfkes, en harnassen voor eroverheen. Wow! Maar meteen ook een soort ongeloof: zo’n middeleeuws Damart-ke weegt gemakkelijk circa 15 kilo van een latere kogelvrije vest, en dàn nog eens een compleet ijzeren pardessus (lees harnas) erover… die ridders konden volgens ons geen moer bewegen. Mijn schoolvriendin haalde ook nog een filmbeeld aan van een vadsige koning die met een katrol op een (eveneens geharnast) paard moest gehesen worden.

Elfjarige meisjes waren we, en onze blik was zo scherp als de zwaarden die we aanschouwden.  De voorlopige analyse was dat die ridders helemaal niet de spannende personages konden zijn waarvoor ze versleten werden, maar eerder menselijke kasteeltorentjes die rondreden om het écht vechtende voetvolk te controleren (zoals management by walking around). En dat zware lompe zwaard … één amechtig zwaaike daarmee, opperde ik, en ze rammelen tegen de vlakte. We lagen in een deuk omdat we een gecombineerd plaatje maakten van zo’n ridder en van Tin Man uit De Tovenaar van Oz, en moesten die zijn scharnieren niet steeds geolied worden tegen het piepen? Ons clubje besloot daar en dan geen ridderke meer te spelen maar over te stappen naar Zorro, beweeglijk en elegant.